Omdat ik van je houd
“De boter is zacht.” We liepen naar de koelkast en draaiden er niet omheen. Dat hadden we nooit gedaan.
“Dat is omdat jij zo nodig uren van tevoren alles er uit moet zetten.” Ze zuchtte en greep naar haar rug.
“Stop je er nou nog eens mee? En doe nou niet net alsof je niet weet wat ik bedoel.”
Ik keek naar haar oren terwijl ze praatte. Nog net zo mooi als vroeger; wat mij betreft had ze die parels echt niet elke dag in hoeven doen. Maar dat had je met de liefde.
Toen de deur achter ons dichtsloeg, wist ik hoe laat het was. Maar wist zij dat ook?
“Anna, tijd om te gaan.”
Ze keek me ineens recht aan: “Als jij belooft om te stoppen en altijd de boter in de koelkast te houden.”
Ze wist het dus toch.
“Ja, Anna,” zei ik zachtjes.
De taxichauffeur hield het portier al voor haar open, toen ze het tuinpad weer opliep. Ik wilde al naar haar toelopen, maar toen zag ik wat ze deed. Met één ruk trok ze een paardenbloem uit de hortensia. Terwijl ze naar mij toeliep, stak ze hem resoluut in haar handtasje.
“Nu kunnen we gaan,” zei ze. “Alles is op orde.”
