Niets is wat het lijkt
De reactie kwam plotseling opzetten. Het ene moment was Eef nog vrolijk aan het kauwen en slikte ze een mond vol sap door. Het volgende moment voelde ze haar hele mond gaan gloeien, prikkelen, doof worden. Het was alsof ze plotseling een gigantische muggenbult op haar tong had.
“Appel,” zei haar neefje. Zijn blauwe ogen glinsterden van pret.
Meestal zei zij dan zoiets als, ‘Goed zo! Appel’.
Maar nu zei ze “Aaaa.” Hij lachte, want ook dat was een bekend spelletje, gekke geluiden maken.
“AAA”, gilde hij terug.
Eef kwam overeind en liep voorzichtig naar de telefoon. Ze voelde zich heel gek, wat duizelig, en ze trilde. Toen ze de telefoon vast had, na drie keer misgrijpen, toetste ze een berichtje in: Appel. Allergische reactie. Help.
De deur vloog open, en ze zag Leo schrikken. “Ggg,” probeerde ze. “Ppu”.
“Pappa,” riep hij. Ja, dat was hij nu, dacht ze.
“Wow, wat is er met jou,” vroeg haar broer. Eef rolde met haar ogen, wees op zichzelf, op haar telefoon.
“Oh, sorry, ik had het niet gelezen, ik dacht dat er iets met Leo was.” Robert aarzelde, wist duidelijk niet wat hij moest doen.
“Ehm. Waar moeten we heen? Oh ja, dokter. Of ziekenhuis?” Eef hees zich overeind, en liep de deur uit.
“Ah, dus,” mompelde Robert.
Het begon allemaal een aantal jaar geleden. Eerst gluten, toen melk, toen pollen, stof, schimmels, honden, zelfs sulfiet – de gekste verzameling allergenen; het leek wel of de één de ander aantrok. Sindsdien had Eef het gevoel alsof iemand voor haar een persoonlijke Tien Geboden had opgesteld. Gij zult oppassen voor kruimels, Gij zult uw neefje niet eten geven zonder daarna gelijk uw handen te wassen, Gij zult altijd zakdoekjes bij u hebben, Gij zult niet schrikken van uw rode ogen in de spiegel, Gij zult altijd elke ingrediëntenlijst lezen in de supermarkt, ook al kijkt iedereen u gek aan. Et cetera. Misschien werden het bij haar wel Dertig Geboden, als je keek naar het tempo waarin ze allergieën verzamelde.
Appels leken zo onschuldig. Mooi van kleur, niet moeilijk te eten, vol sap. Wie hield er niet van een appel? Wie was er nu bang voor een appel? Als het nou een kokosnoot was waar ze allergisch voor was… Zwaar, bruin, harig, vet, moest opengehakt worden. Maar een appel? Teken van liefde, vruchtbaarheid, ‘veel appels veel zonen’, de rijksappel, appeltaart, appeltje pief, geraspt, met kaneel, tot moes. De encyclopedie was vol lof. Zij nu echter niet meer. Leo at in de auto vrolijk de restjes op van haar laatste appel. Robert keek uit het raam, zich nergens van bewust. Wie zei dat Leo later niet ook ineens in iets zou stikken, uitslag krijgen, of benauwd raken? Zou Robert dan op tijd de giftige appel eruit kunnen pikken?
De receptioniste had naar hen gelachen, na afloop.
“Alles goed gegaan? Mooi! Heb jij zin in een appel, jongen? An apple a day keeps the doctor away!“
Eef liep gauw naar buiten. ‘Spiegeltje, spiegeltje aan de wand’, dacht ze bij zichzelf.
